Transformers: Age of Extinction

Geschikt voor filmavond Geschikt voor filmavond
Geschikt voor familie Geschikt voor familie
Cijfer op IMDb
5.5
Transformers: Age of Extinction

Na de eerste drie delen is het langverwachte deel vier eindelijk uit. Deze keer is de aarde herstellende van de ramp in Chicago, de stad die de Autobots en Decepticons in de derde film met de grond gelijk hebben gemaakt. De overheid ziet de Autobots om deze reden niet langer als vrienden waardoor onze geliefde Transformers zich moeten verstoppen. Wanneer uitvinder Cade Yeager per ongeluk Optimus Prime vindt besluiten ze terug te slaan. Maar dan blijkt dat de mensheid nog een reden heeft om de Autobots te verbannen: ze kunnen voortaan zelf Autobots maken. Het is nu Autobots versus Amerikaanse leger, met de tussenkomst van de Decepticons en een geheel nieuw soort robot: de Dinobots.

Er is dus heel wat verschoven in de verhouding tussen goed en slecht: de mensheid (of eigenlijk: de Amerikaanse regering, want zij lijken de enige te zijn die in de buitenaardse oorlog iets te zeggen te hebben) keert zich nu tegen de Autobots en de relatie tussen de Decepticons en de mensheid verschuift ook een beetje. Dat maakt het verhaal soms wat ingewikkeld om bij te houden, maar gelukkig wordt er veel uitgelegd. Als je onbekend bent met de Transformers reeks – zowel het speelgoed, de comics, de boeken of de games – dan kun je nog aardig meekomen. Het nadeel hiervan is dat het verhaal erg oppervlakkig blijft: personages krijgen weinig diepte en je hoeft zelf niet na te denken over wat je ziet. Dat maakt van Transformers: Age of Extinction wel weer een geweldig spektakel waar je je prima mee kan vermaken met een bak popcorn en je brein op nul.

Opvallend aan deze vervolgfilm is dat de casting rigoureus is aangepast. Voorheen was Shia LaBeouf het gezicht wat je naast Optimus Prime zag prijken, maar nu is hij dus ingewisseld voor Mark Wahlberg. Hij is een acteur die we wisselend in komedies en thrillers voorbij zien komen, maar in deze sci-fi slaat hij toch de plank mis. Zijn veel te softe uitstraling is ongeloofwaardig als uitvinder op het platteland en de heldhaftige daden zien er toch een stuk minder heroïsch uit dan LaBeouf het voor elkaar speelde. Het beetje ontwikkeling dat de personages meekrijgen zit vooral in het eerste half uur. Hierin nemen Cade Yeager (Mark Wahlberg) en zijn slechts 17 jaar jongere dochter Tessa (Nicola Peltz) de belangrijke rol als veroorzakers van de aankomende oorlog op zich door Optimus Prime te vinden, te repareren en te ontwaken. Het komische bijrolletje van T.J. Miller zorgt voor de nodige punchlines en domme acties, wat meteen een goede toon zet voor de film. Helaas kunnen we niet lang van hem genieten, want de veel serieuzere Jack Reynor neemt de plaats van het derde wiel in als vriendje van Tessa. Dat hij voor zijn baan autocoureur is zorgt dan wel weer voor moddervette achtervolgingen door de gehele film. De relatie tussen pa en dochter Yeager is echter tenenkrommend slecht uitgewerkt. Dat er weinig leeftijdsverschil in zit verklaart natuurlijk een deel hiervan, maar zelfs in de meest levensbedreigende situaties kan Cade zich nog zorgen maken om het liefdesleven van zijn dochter. Daar zit je middenin een actiescène niet bepaald op te wachten. De tweede luchtige bijrol is weggelegd voor Stanley Tucci, die de eigenaar van een robotica-bedrijf speelt. Dit bekende gezicht kan eigenlijk meer dan voor deze rol is geschreven, dus het is jammer dat het voor hem blijft steken bij een sullig personage.

Inhoudelijk is de film dus weinig soeps, maar het beeld is prachtig. De verschillende robots zien er gelikt uit, bewegen erg natuurlijk en de transformaties tussen auto en robot laten een volwassen man zich nog 7 jaar oud voelen. Regisseur Michael Bay, die ook de eerdere films voor zijn rekening nam, laat wederom zien dat hij een ster is in actiescènes waarbij je op het puntje van je stoel blijft balanceren. Door de vrije camerabewegingen is het soms net alsof je in een game zit: je zit er echt middenin. Qua special effects had het ‘vuurwerk’ een tandje minder gemogen, maar dat mag de pret niet drukken. Naarmate het einde nadert lijkt het motto wel ‘groot, groter, grootst’ als de robots, actiescènes en schade aan de omgeving naar een hoogtepunt werken. Je wordt ook regelmatig getrakteerd op nieuwe ontwerpen van robots waarvan de meest naar uitgekeken variant uiteraard de Dinobot is. Bay wilde deze prehistorische variant van de Autobots eigenlijk pas in deel vijf verwerken, maar Hasbro heeft hem zover gekregen ons toch al een sneak preview te geven in deel vier. Ze zien er stoer uit, zijn uiteraard nóg groter dan de robots die we al kennen, maar missen elke vorm van stijl doordat ze in saai metallic-grijs zijn uitgevoerd – net als de Decipticons. Met zo’n lange aanloop naar de Dinobots zou je meer verwachten. Extra jammer is dat je de over de top actiescènes na twee uurtjes wel gezien hebt waardoor de aandacht aan het eind verslapt. In de reeks van de Transformers films is dat echter niets nieuws.

Als je de film wilt zien, laat de dvd dan rustig liggen. Naast de scèneselectie en taalinstellingen is er namelijk helemaal niets extra’s te bekijken op het schijfje, terwijl het juist leuk zou zijn om wat extra informatie te zien over de CGI of het filmen van de actiescènes. Kijken op groot beeld met surround sound is wel echt een aanrader.

Transformers: Age of Extinction is een visueel spektakel waar je u tegen zegt. Michael Bay heeft duidelijk de nadruk op het visuele aspect gelegd, want het verhaal is flinterdun en de softe Mark Wahlberg is als actieheld een beetje misplaatst. Toch vermaak je je de eerste twee uur prima met de eenvoudige humor, een opeenstapeling van robots en zwiepende camerabeelden. Transformers: Age of Extinction weet op deze manier nog net een voldoende binnen te slepen, dus Bay mag oppassen voor deel vijf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>