Wanneer je denkt aan de jaren ’80 en het bedrijfsleven, dan denk je waarschijnlijk snel aan het glazen plafond. Working Girl is wat dat betreft een typische film voor z’n tijd en laat, inclusief eighties hairdo’s, zien hoe de feministische vrouw het opneemt tegen niet alleen mannelijke collega’s, maar tegen ook gemene vrouwelijke bazen.
Melanie Griffith, die we de afgelopen jaren vooral zien in series, speelt de 30 jaar oude secretaresse Tess McGill. Haar droom is een grote zakenvrouw te worden in New York, maar haar narcistische én jongere bazin Katharine (Sigourney Weaver) steekt daar een stokje voor door een goed idee van haar te jatten. Wanneer Katharine haar been breekt ziet Tess haar kans schoon en doet ze zich voor als haar baas, om zo een deal te kunnen sluiten met de slimme en knappe Jack Trainer (Harrison Ford). Maar de waarheid moet toch ooit naar boven komen…
Het is leuk om Ford in een dergelijke rol tussen allerlei vrouwen te zien spelen: op het grijze haar na is hij geen steek veranderd. Griffith doet het als zenuwachtige maar ambitieuze zakenvrouw ook leuk, al raakt haar ielige stem wel wat verveeld na een tijdje. Haar personage is dan ook erg bleu, en biedt weinig spanning. Haar vriend Mick (een heel jonge en gladde Alec Baldwin) neemt haar niet serieus, wat haar uitstraling bevestigt. Gelukkig is ze een groot deel van de tijd te zien met Ford; zij hebben dan wel weer goede chemie. Opvallend is dat de simpele secretaresse in deze film de zakenman helemaal inmaakt als het gaat om business deals, wat duidelijk een statement is in de jaren ’80. Working Girl komt van de hand van Mike Nichols, die ook het beroemde The Graduate regisseerde – een favoriet van ons. Het is duidelijk dat Nichols’ kracht ligt bij jaren ’60 romkoms en niet bij feministische relaties op de werkvloer, want visueel is de film weinig interessant. Kortom: Working Girl biedt een leuk kijkje in zijn tijdsgeest, maar erg bijzonder is het niet.