De Filmindustrie

Special: De Filmindustrie

Om mijn curriculum vitae wat bij te spijkeren op filmgebied besloot ik me aan te melden als assistent bij de organisatie van een filmcongres. Het ging om het tweedaagse Cinema2020, een internationaal georiënteerd congres dat is opgezet om in kaart te brengen hoe de filmindustrie er in 2020 uit gaat zien. Sprekers vanuit de hele wereld kwamen naar het prachtige EYE museum in Amsterdam om hun visie en plannen te tonen. Naast een superhandige infographic (ik hou van cijfertjes) en gratis toegang tot het congres (ik hou van gratis) leer je ineens een heel andere kant van de filmwereld kennen.

Je staat er niet dagelijks bij stil, maar voordat je een film in de bioscoop ziet is er een heel traject aan vooraf gegaan. Natuurlijk is eerst de film bedacht, geschoten en nabewerkt. ‘Vroegah’ werden vervolgens de filmrollen gekopieerd en door een distributeur het land, en later over de continenten, verspreid. De bioscoopketens kochten of huurden deze filmrollen zodat ze de films – die als het ware uit fysieke atomen bestonden – konden vertonen aan het publiek. Sinds een decennium heeft er echter een hele belangrijke verandering plaatsgevonden: de digitalisering van cinema. Regisseurs begonnen digitaal op te nemen en bioscopen begonnen digitaal te projecteren. Dat heeft meerdere voordelen: filmrollen zijn duur (en harde schijven niet), de kwaliteit blijft hetzelfde en distributie kan via het internet plaatsvinden. Bovendien kun je met digitale (laser)projectie veel diepere kleuren op het scherm vertonen. In Nederland is inmiddels elke bioscoop voorzien van een digitale projector en is het zelfs bijzonder geworden als er nog geprojecteerd wordt met een filmrol. Neem bijvoorbeeld The Hateful Eight die volgens Tarantino eigenlijk op 70mm vertoond moest worden. EYE was de enige plek in Nederland die zo’n projector had.

fotolia_38070558_movie-projector-old-memories1-730x487[1]

Deze enorme verandering brengt natuurlijk consequenties én nieuwe mogelijkheden met zich mee, en dat is precies waar het congres over ging. Hoe ziet de toekomst van cinema 2.0 eruit? Ik heb er veelbelovende ideeën gehoord, maar ook veel vooroordelen over filmpubliek. Zo had een Canadese bioscoopketen het wilde idee om een zogenaamde Rec Room te maken: een complex waarin je films kan kijken, Virtual Reality kan beleven, op ouderwetse arcadekasten kan spelen en nog veel meer (waaronder “axe throwing”?!). Dat zal vast wel aanslaan in Amerika, maar het nuchtere Holland liep er niet warm voor, bleek ook uit de reacties in de zaal. Daar tegenover stond een eigenaar van een kleine bioscoopketen in Zweden, die daverend succes had door in afgelegen dorpen kleine bioscopen neer te zetten waar vooral ouder publiek op af kwam.

Dat staat haaks op de trend die iedereen ziet en waar iedereen bang voor is: jongeren gaan niet meer naar de bioscoop. Generatie Z worden ze genoemd; degenen die na 2005 zijn geboren. Ze hebben een enorm korte aandachtsspanne en komen nauwelijks meer de deur uit. Als dat het filmpubliek over zes jaar is, hoe kan de filmindustrie dan nog blijven bestaan? Ik had er nooit echt bij stilgestaan, maar dit was toch wel de grootste kopzorg die in dit congres naar boven kwam. Op zo’n moment is het jammer om te zien dat de grote distributeurs, bioscoopketens, producenten en cinematografen over het algemeen conservatieve grijze koppen zijn die de jeugd niet helemaal begrijpen. Zo werd het voorstel geopperd om de filmindustrie te segmenteren per doelgroep, om je bijvoorbeeld op verschillende types 14-jarige meisjes te richten. Slecht idee natuurlijk, want sinds generatie X bestaat er niet meer zoiets als subculturen, hokjes of afgebakende groepen. Een ander idee was het toevoegen van twee schermen aan weerszijden van het bioscoopscherm, waarop ofwel het beeld in doorliep (en je dus een soort panorama krijgt) ofwel andere beelden te zien zijn die horen bij wat er op het ‘hoofdscherm’ te zien is. Ik kan me niet voorstellen hoe dat een fijne bioscoopervaring oplevert.

22671-e1459516857950-730x409[1]

Het enige vertegenwoordigde bedrijf die in mijn ogen echt doorhad hoe de toekomst eruit zou kunnen zien is Coca Cola. Zij vertelden hoe zij hun strategieën omtrent product placement in de bioscoopgebouwen gaan inzetten, wat nog niet zo heel vernieuwend is, maar ook hoe zij gaan inzetten op het succes van Event Cinema. Nu projectoren digitaal zijn kun je naast films ook live evenementen streamen en voornamelijk de game-industrie is daar uitermate geschikt voor. Op het moment worden er door Vue-bioscopen verschillende live evenementen georganiseerd waarbij wedstrijden vanLeague of Legends en Heroes of the Storm (waar ik zelf ook fervent speler van ben, zie mijn eerdere artikel over eSports) live in de bioscoop worden vertoond. Fans kunnen dan, onder het genot van een frisje (lees: cola) en een hoop gejoel samen de wedstrijd zien. Coca Cola ziet Event Cinema dus als een gevolg van de digitalisering van cinema, en als er iemand is die goed is in trends spotten, dan is het Coca Cola wel.

Wat heb ik van dit congres geleerd? Ten eerste dat het nu best goed gaat met de Nederlandse bioscopen, maar dat de toekomst onzeker is door generatie Z. Ten tweede zijn er verschillende takken die samen moeten werken en die zitten niet altijd op dezelfde lijn. Digitalisering maakt dat op sommige vlakken lastiger, maar er is nog genoeg ruimte voor experimenten zoals Event Cinema. Uiteindelijk is de filmindustrie een business waarin geld verdiend moet worden en dat is toch altijd de drijfveer achter beslissingen – het is dan ook jammer dat wetenschappelijk onderzoek naar film en media wordt weggewoven. Ten derde is het gewoon heel erg leuk om met 300 mensen samen te zitten die allemaal hun hart bij film hebben liggen en ik raad het dan ook iedereen aan om eens zo’n congres te bezoeken (ondanks de prijs: €100 als je geen bedrijf, student of medewerker bent). Alleen al de inside jokes zijn leuk, want zo mochten we niet van ‘piraterij’ spreken maar moest het ‘illegale content’ zijn, want “Johnny Depp heeft piraterij veel te sexy gemaakt.”